Zorgstandaarden en generieke modules: wat verandert er, wat levert het op?

22 december 2016

Eind 2017 zijn er 17 zorgstandaarden en een reeks generieke modules klaar voor gebruik in de brede ggz. Wat verandert er hierdoor? En wat levert dat op? Psychiater prof. dr. Aart Schene – verbonden aan RadboudUMC – ziet vooral voordelen. Hij herinnert zich nog precies welke kritische kanttekeningen hij aanvankelijk plaatste bij het ontwikkelen van nieuwe kwaliteitsstandaarden voor de ggz. Want wat blijft er over van evidence-based behandelen als je moet gaan werken met zorgstandaarden, waarin vanuit patiëntperspectief ruimte is voor niet goed onderzochte meningen, ervaringen, smaken en voorkeuren – en misschien zelfs voor zaken waarvan je als zorgprofessional zeker weet dat ze niet werken.

‘Stel je voor dat patiënten ervan overtuigd zijn geraakt dat een esoterische olie hen helpt; wat doe je dan’, zegt Schene terugkijkend. ‘Daarom heb ik er altijd voor gepleit om alleen zorgstandaarden te maken voor stoornissen waar al een richtlijn voor bestaat. Gelukkig is dat standpunt door het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz overgenomen. Anders loop je namelijk het risico dat zo’n zorgstandaard een mengsel wordt van goed, minder goed en niet onderzochte aanbevelingen, die deels zijn gebaseerd op voorkeuren, verlangens en wensen.’ Verder lezen? Klik hier

Deel dit via:
Terug naar het nieuwsoverzicht