• Beeldende therapie
  • Vaktherapie
  • NVPMKT

FAQ

  • Het kan zijn dat jouw provider (of die van je werkgever) deze berichtenbeoordeelt als ‘spam’. Binnen de verschillende mailomgevingen (zoals Outlook) kun je bepaalde afzenders (in dit geval info@vaktherapie.nl) expliciet wél toelaten. Dit doe je via de optie Toevoegen aan ‘veilige afzenders’ of ‘white list’ (raadpleeg eventueel je Help-functie). Is dit aan de hand op je werkplek, dan kun je bij systeembeheer vragen of zij het e-mailadres info@vaktherapie.nl willen toestaan.
  • Je lidnummer is hetzelfde als je debiteurnummer. Dit nummer vind je op de jaarlijkse factuur voor de contributie. Je kunt je lidnummer ook vinden via Mijn profiel.

    Het lidmaatschapsnummer heb je onder andere nodig als je je wilt inschrijven voor (her)registratie bij het Register Vaktherapie. Eenmaal geregistreerd bij het Register Vaktherapie, is dit lidnummer ook het debiteurnummer bij het Register.
  • Tegenwoordig is het juridisch mogelijk om via e-mail en dus zonder handtekening toestemming te geven voor automatische incasso. Je kunt hiervoor een mail sturen naar info@vaktherapie.nl onder vermelding van je naam, bankrekeningnummer en de tenaamstelling van je bankrekening.

    Om zeker te stellen dat het om de contributie-inning voor jouw vereniging gaat, ondernemen wij de volgende stappen:
    - De contributie schrijven we in april van je rekening af;
    - Deze afschrijving kondigen we vooraf aan;
    - Het bedrag wordt geïncasseerd via de bankrekening van de FVB: 21 44 180.

    Als je de afschrijving niet vertrouwt, dan kun je de betaling altijd terugvorderen bij je bank. Je ontvangt dan van ons alsnog een factuur.
    Zie ook: betalen
  • Deze gegevens zijn:

    IBAN/SEPA nummer: NL 93 INGB 000 21 44 180
    SWIFT/BIC nummer: INGB NL 2A
    Banknaam: ING BANK N.V.
  • Het kan zijn dat jouw provider (of die van je werkgever) deze ‘in bulk’ verstuurde mail beoordeelt als ‘spam’. Binnen de verschillende mailomgevingen (zoals Outlook) is het mogelijk bepaalde afzenders expliciet wél toe te laten. Dit kun je doen via de optie: toevoegen aan ‘veilige afzenders’ of ‘white list’. Als dit aan de hand is op je werkplek, dan kun je bij systeembeheer vragen of zij het e-mailadres info@vaktherapie.nl willen toestaan.
  • Als je folders nodig hebt voor voorlichting aan bepaalde externe doelgroepen, bijvoorbeeld voor een lezing of workshop, dan kun je contact opnemen met het FVB-secretariaat. In overleg kunnen we je kosteloos folders opsturen in het kader van pr voor je vakgebied en de beroepsvereniging.
    Zie ook: folders
  • Dit hangt af van de cao waaronder je valt.

    Leden van de beroepsverenigingen die vallen onder de cao’s GGZ, VVT en Ziekenhuizen kunnen op basis van de cao betaald verlof krijgen van hun werkgever tot een maximum van 264 uur per jaar voor activiteiten van de werknemersorganisatie waarvan hij lid is voor zover deze activiteiten plaatsvinden binnen uren waarop hij volgens zijn arbeidsovereenkomst inzetbaar is.

    Onder activiteiten van de werknemersorganisatie voor bestuursleden worden verstaan: de ALV’s van de eigen vereniging, conferenties, landelijke en regionale vergaderingen en werkgroepen voor zover de werknemer daartoe door het bestuur is uitgenodigd, cursussen voor zover de werknemer die geeft of eraan deelneemt op verzoek van het hoofdbestuur.

    Voor leden die vallen onder de Cao Gehandicaptenzorg geldt dat het lid van een werknemersorganisatie recht heeft op 1 verlofdag per kalenderjaar voor het bijwonen van activiteiten georganiseerd door de werknemersorganisatie in kwestie, indien deelneming aan deze activiteiten geschiedt op uren waarop hij volgens de arbeidsovereenkomst inzetbaar is. Op verzoek van de werkgever toont de werknemer de uitnodiging voor de activiteit in kwestie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ALV en studiedag van een vereniging. Voor zover de werknemer als bestuurslid en/of verkozen afgevaardigde is aangewezen stelt de werkgever de werknemer in de gelegenheid deel te nemen aan statutaire vergaderingen tot een totaal van 264 uur per jaar, indien deelneming aan deze activiteiten geschiedt op uren waarop hij volgens arbeidsovereenkomst inzetbaar is.

    De bij de FVB aangesloten beroepsverenigingen vallen in de bovengenoemde cao’s onder werknemersorganisaties.
  • Afspraken met betrekking tot de zogenaamde taakdifferentie van vaktherapie komen voort uit de CONO-kamer. Deze afspraken hebben alleen betrekking op vaktherapeuten in de GGZ.
  • Het bestuur van de FVB heeft juridisch laten onderzoeken wat mogelijkheden en regels zijn omtrent het kunnen stoppen van korte cursussen en opleidingen op hbo- en mbo-niveau met de benaming ‘Creatieve Therapie’. Daar is het volgende uitgekomen: creatieve therapie is geen beschermd beroep en ook de naam ‘creatieve therapie’ is niet wettelijk beschermd. De hbo-opleidingen hebben nooit stappen ondernomen om de opleidingsbenaming te beschermen door vastlegging. Dit betekent juridisch gezien dat niet alleen het beroep, maar ook de opleidingsnaam vrij is voor gebruik door iedereen die dat wil. De cursussen creatieve therapie bij bijvoorbeeld CIVAS worden niet aangeboden als zijnde mbo- of hbo-opleidingen, maar als opleidingen op mbo- en hbo-niveau. Op verzoek van ons als FVB is CIVAS bereid geweest de omschrijving van de cursus aan te passen aan ons tekstvoorstel. Verder is er niets tegen te doen. Ook therapie is een vrije en algemene benaming zolang het niet gebruikt wordt in de vorm van de titel van het beschermde beroep ‘Psychotherapeut’.
    Zie ook: opleiding
  • Op grond van de WOR is het de bevoegdheid van de bestuurder en de ondernemingsraad om afspraken te maken inzake functiewaardering en beloning (artikel 27). Dit is instemmingsplichtig en derhalve kan de werkgever nooit eenzijdig handelen als hij de behoefte heeft zaken (nader) te regelen. De ondernemingsraad dient altijd partij te zijn.In ditzelfde artikel 27 is in lid 3 het volgende geregeld: "De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst, dan wel in een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan." Hiermee wordt geregeld dat wanneer op cao-niveau afspraken zijn gemaakt, deze afspraken voor gaan op de WOR en derhalve de bevoegdheden van de lokale bestuurder en de ondernemingsraad overstijgen. Dit betekent in elk geval dat de werkgever geen andere afspraken kan maken met de ondernemingsraad dan in de cao is geregeld. De rol van de ondernemingsraad is in deze in de cao beperkt tot toetsen of is voldaan aan de criteria voor het starten van de herziening van een totaal functiehuis en/of het format van beschrijvingen.
  • Wat de FBZ betreft kan een werkgever zich er niet zomaar op beroepen dat hij nergens aan gehouden zou zijn, omdat het in de cao nog niet geregeld was ten tijde van het starten van het traject. Dit geldt met name voor het bieden van een bezwaarmogelijkheid. De afspraak is in alle cao's opgenomen zónder een toekomstige ingangsdatum. Een toekomstige ingangsdatum zou de indruk hebben kunnen wekken dat voorafgaand hieraan de arbeidsrechtelijke en overige cao- kaders volgens cao-partijen niet zouden hebben gegolden. Wel hebben sociale partners aangegeven begrip te hebben voor reeds gestarte trajecten en hier (waar mogelijk) pragmatisch mee te willen omgaan.Als je van mening bent dat dit binnen jouw organisatie niet correct is verlopen, dan kun je dit aan je beroepsvereniging kenbaar maken.
  • In enkele gevallen wordt een functiehuisimplementatie verkapt gepresenteerd als een reorganisatie en worden hierover in het beste geval in een sociaal plan afspraken gemaakt. Een wijziging van het functiehuis dient echter niet te worden betrokken op een reorganisatie. Dit leidt namelijk niet tot een betere bescherming van jou als werknemer. Integendeel, in het kader van een reorganisatie heb je als werknemer minder rechten dan op grond van de cao: als herplaatsingkandidaat dien je als werknemer elke passende functie te accepteren. Ook door bestaande functies aan te wijzen als gewijzigde functie ontstaan (onbedoeld) mogelijkheden om werknemers een andere functiebeschrijving te laten accepteren. De ondernemingsraad en de bij jouw instelling betrokken werknemersorganisaties dienen hier nadrukkelijk op toe te zien.
  • Deze vormvrijheid is er vanaf de introductie van FWG 3.0 per 1 januari 2000 formeel altijd al geweest. Ook in de cao's is veelal (expliciet) opgenomen dat functies resultaatgericht mogen worden beschreven. Over het algemeen is de beleving dat de 'vertaalslag' naar het functiewaarderingssysteem FWG 3.0 eenvoudiger gemaakt kan worden vanuit een taakgerichte beschrijving, maar het kan zeker ook op basis van een resultaatgerichte beschrijving. In het kort komt het erop neer dat in een taakgerichte beschrijving de handelingen (wat doe ik) centraal staan en bij een resultaatgerichte beschrijving het effect van die handelingen (welk resultaat is behaald). Wel moet worden opgepast dat een resultaatgerichte beschrijving niet doorschiet en bijvoorbeeld een kwantitatieve component krijgt: 'hoeveel moet ik doen?' Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling.
  • Als sprake is van verschillende disciplines, dan is dit in principe een indicatie om voor iedere discipline een aparte beschrijving op te stellen. Werkgevers kiezen echter regelmatig voor een andere benadering. Een argument dat in dit verband op instellingsniveau wordt ingebracht door onder andere de FBZ is dat een te generieke beschrijving niet alleen onduidelijkheid geeft over de arbeidsrelatie, maar ook over de uitgangspositie bij bijvoorbeeld reorganisaties of zelfs ontslag. Het UWV hanteert bij afspiegeling het begrip 'uitwisselbare functie'. Nu is objectief wel vast te stellen dat beroepen zoals fysiotherapeut en ergotherapeut niet uitwisselbaar zijn, maar het is wenselijk zulke discussies of onduidelijkheid te vermijden. Op grond van de cao-afspraken is dit ook voorgeschreven: per beroep een herkenbare beschrijving. In essentie komt het erop neer dat daar waar een (te) generieke beschrijving voor bijvoorbeeld alle paramedici tot stand is gebracht, het doel is te komen tot aparte beschrijvingen per discipline.
  • Dit is nadrukkelijk een onderwerp van gesprek geweest bij het opstellen van de cao-artikelen. Een functiewaarderingssysteem is enerzijds gebaseerd op een zuivere toekenning van scores en biedt een onderbouwing voor het principe 'gelijk werk, gelijk loon'. In de praktijk is gebleken dat in de nodige instellingen werknemers met (op onderdelen) gelijke taken soms toch verschillende scores toegekend hebben gekregen, zelfs bij nagenoeg identieke teksten in de functiebeschrijving. Functiewaarderingstechnisch is dit onverklaarbaar en niet gewenst. Om deze reden is enige ruimte geboden om dergelijke inconsistenties die in het verleden in het functiehuis kunnen zijn geslopen, te corrigeren. Uiteraard verdient het aanbeveling dat een dergelijke bijstelling wel wordt gemotiveerd. En verder geldt: ook als een letterscore wijzigt, dient de functiegroepindeling gelijk te blijven als de werkgever gebruik maakt van de herbeschrijvingsprocedure.
  • De cao’s zijn hierover helder: als bij aanvang de veronderstelling is dat een nieuwe functiegroep aan de orde kan zijn, dan is sprake van de procedure herindeling. Voor deze procedure geldt dat zowel werkgever als werknemer deze pas kunnen starten als aan de in de cao genoemde voorwaarden is voldaan.Als (bij aanvang) de veronderstelling was dat de functiegroep gelijk blijft, dan geldt het volgende: wanneer gaandeweg blijkt dat mogelijk toch een andere functiegroep moet worden overwogen, dan bepaalt de cao dat dient te worden overgegaan tot start van de herindelingsprocedure.Overigens blijkt uit ervaring dat in circa 70% tot 90% van de situaties het opnieuw beschrijven van een functie niet leidt tot indeling in een andere functiegroep.
  • Functiebeschrijvingen moeten op grond van de cao-afspraken een beeld geven van de daadwerkelijk uitgeoefende functie (IST-situatie, dit is de huidige situatie). Omdat de functiebeschrijving vooral moet worden gezien als een actuele weergave van de arbeidsrelatie (welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft de werknemer?), is het van belang dat hierover wederzijds duidelijkheid bestaat. De implementatie van FWG 3.0 heeft, anders dan de bedoeling van de sociale partners was, niet zelden geleid tot een suboptimaal functiegebouw. Veel voorkomende situaties zijn: veel meer beschrijvingen dan redelijkerwijs nodig (te persoons- of afdelingsgebonden beschreven) of te gedetailleerde beschrijvingen (die moeilijk actueel te houden zijn). De werkgever kan dan ook om uiteenlopende redenen de behoefte voelen om de bestaande functiebeschrijvingen te herzien. Hierbij valt te denken aan actualisatie (up-to-date houden), functiedifferentiatie, het leggen van een relatie naar (nieuwe) HRM-doelen (voornamelijk competenties) of simpelweg het reduceren van het aantal beschrijvingen (onder andere na fusies waarbij alle functies 'dubbel'-beschreven zijn).Overigens is het niet bij voorbaat zo dat het opnieuw beschrijven geen voordelen zou kunnen hebben voor werknemers. Als werknemer kun je er zelfs groot belang bij hebben: de functiebeschrijving is er immers primair om de arbeidsrelatie te reguleren. Als hierbij achterstallig onderhoud is ontstaan (taken of bevoegdheden ontbreken), kun je er als werknemer belang bij hebben dit te laten aanpassen. De cao-afspraken bieden jou als werknemer de mogelijkheid hier zelfstandig het initiatief toe te nemen.
  • Cao-partijen zijn overeengekomen dat bij het beschrijven en bij het herbeschrijven de IST-situatie leidend is (IST=de huidige situatie). Op grond van de bestaande cao-afspraken is de basis voor de (her)beschrijving of -indeling van een functie de daadwerkelijk uitgeoefende functie, vastgelegd in een functiebeschrijving die voldoet aan de door cao-partijen vastgestelde kwaliteitseisen. De belangrijkste kwaliteitseisen zijn de herkenbaarheid (de beschrijving dient een herkenbaar beeld op te roepen) en er dient een relevante toelichting op de 9 FWG-gezichtspunten te worden gegeven. Het is juist met betrekking tot deze beide punten dat een te algemene beschrijving doorgaans tot problemen leidt. Immers: de herkenbaarheid (van de verschillende disciplines of functies) vermindert en een te algemene toelichting doet geen van de verschillende disciplines of functies recht.Als werknemer heb je recht op een functiebeschrijving die aan de genoemde kwaliteitseisen voldoet. Als bij herziening van het functiehuis een meer algemene functiebeschrijving wordt opgesteld, moet deze dus voldoen aan genoemde kwaliteitseisen. Het door cao-partijen bekrachtigde ijkfunctiemateriaal biedt een goed referentiepunt voor een korte functiebeschrijving die voldoet aan de kwaliteitseisen.Werkgevers hebben regelmatig de behoefte om de gewenste (toekomstige) situatie te beschrijven en te waarderen. Het staat werkgever niet vrij om een (toekomstig) gewenste situatie (SOLL) te beschrijven en deze te waarderen (SOLL=de gewenste situatie). De basis voor beschrijving en (her)indeling is de functie zoals deze wordt uitgeoefend op het moment dat de procedure wordt gestart. Wel kennen de cao’s onder bepaalde condities de mogelijkheid om voor maximaal een half jaar een tijdelijke beschrijving te hanteren. Deze mogelijkheid is wel ingekaderd binnen de bestaande afspraken: IST blijft het uitgangspunt en procedureel wordt aangesloten bij de reeds bestaande gang van zaken bij het beschrijven van een voor de instelling nieuwe functie. Dit wil zeggen: een half jaar geen mogelijkheid tot het maken van bezwaar en als er daarna bezwaar wordt gemaakt heeft de werkgever 90 dagen om tot actie over te gaan.
  • Er zijn drie zaken waar op moet worden gelet. Ten eerste: de redenen om een functie(huis)herziening te kunnen starten zijn vastgelegd in de respectievelijke cao's. Er moet dus wel een geldige aanleiding zijn. De belangrijkste aanleiding is dat de functies niet meer actueel zijn. Maar ook een wijziging van het format (bijvoorbeeld van taakgericht naar resultaatgericht of van gedetailleerd naar generiek) kan een aanleiding vormen. Ten tweede moet in bepaalde gevallen de ondernemingsraad worden gekend in de voornemens of dient deze formeel te adviseren. Bijvoorbeeld als de wijziging ook consequenties heeft voor de organisatiestructuur of het aantal fte per functie. Het lijkt overigens aanbevelenswaardig dat een werkgever draagvlak zoekt bij de ondernemingsraad, omdat functiewaarderingstrajecten doorgaans gevoelig liggen in organisaties. Ten derde dient de werkgever zich bij het opstellen van nieuwe functiebeschrijvingen te houden aan de kwaliteitscriteria uit de cao (onder andere daadwerkelijk uitgeoefende functie).
  • In het kader van het regulier onderhoud van het functiehuis kregen instellingen de afgelopen jaren om uiteenlopende redenen de behoefte functies (geheel) opnieuw te beschrijven (herbeschrijving) zonder dat dit resulteert in een andere functiegroep (herindeling). In de cao's zijn artikelen opgenomen waarin exact beschreven staat wat de te volgen stappen zijn en welke rechten en plichten werkgever en werknemer hebben.
  • Hoewel functiebeschrijvingen in de zorg vaak pas zijn gekomen met de implementatie van FWG 3.0, is het niet zo dat de functiebeschrijving louter voor functiewaarderingsdoeleinden is geschreven. Dit misverstand lijkt echter wijdverbreid. De functiebeschrijving is er primair om de arbeidsrelatie met de werknemer te reguleren: welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heb jij als werknemer? Door de functiebeschrijving in een zodanig format te gieten dat deze ook voor functiewaarderingsdoeleinden kan worden gebruikt, worden twee vliegen in een klap geslagen.De functiebeschrijving maakt onderdeel uit van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is op grond van de cao ook gevraagd ervoor te tekenen: "waarbij het aanbevelenswaardig is dat de functievervuller(s) akkoord gaat/gaan. Dit is echter geen vereiste." Ondertekenen is overigens niet altijd gebeurd. En dat hoeft ook niet: de werkgever gaat over de arbeidsdeling en functie-eisen binnen de eigen organisatie. Er hoeft dan ook geen overeenstemming te worden bereikt met jou als werknemer. Dit is eveneens vastgelegd in de cao-afspraken en nadrukkelijk geplaatst buiten het domein van functiewaardering: "Extern beroep betreffende de functiebeschrijving betreft de arbeidsovereenkomst; een desbetreffend geschil kan aan de rechter worden voorgelegd."Hoewel de werkgever over de inhoud van de functie gaat, geldt nog steeds dat de werkgever die voornemens is een bestaande functiebeschrijving (redactioneel of inhoudelijk) te wijzigen, dit niet kan doen zonder deze voor te leggen aan de betreffende werknemer. Wanneer je hiertoe aanleiding ziet, heb je als werknemer het recht bezwaar te maken. Dit blijkt ook uit de bestaande cao-afspraken rond de implementatie en herindeling.De arbeidsovereenkomst is dus een contract tussen twee partijen dat niet zonder meer eenzijdig kan worden aangepast. Uit het feit dat cao-partijen hebben afgesproken dat de werknemer dient te worden geïnformeerd en het recht van bezwaar heeft, kan echter niet de conclusie worden getrokken dat de functie niet zonder instemming van de werknemer kan worden gewijzigd. Wel is duidelijk dat partijen hebben beoogd dat de werknemer gekend wordt in veranderingen in de functiebeschrijving.
  • Op 1 juli 2008 is het nieuwe Handelsregister van start gegaan. Elke vaktherapeut die zich zelfstandig vestigt, moet zich sindsdien inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Is je huisadres tevens je zakenadres, dan kan hiermee jouw privé-adres bekend worden bij cliënten. Dit privacyaspect geldt voor alle zzp-ers die van huis uit werken en/of een praktijk aan huis hebben. Daarom bestaat er na actie van de Nationale Ombudsman de volgende mogelijkheid:
    "Wilt u vanwege uw beroep niet dat uw privé-adres bekend wordt via uw inschrijving als ondernemer bij de Kamer van Koophandel? Laat dit dan schriftelijk weten bij een jurist van de Kamer van Koophandel Nederland. Hij bekijkt per ondernemer of dit verzoek terecht wordt ingediend. De jurist let daarbij ook op het beroep dat u uitoefent en het eventueel gevaar dat een melding van uw privé-gegevens daarbij kan opleveren. Voeg wel uw motivatie hiervoor toe en eventuele aanvullende documenten bij uw inschrijving. Maakt u van een postbusadres gebruik, dan is het verstandig deze op het inschrijfformulier te vermelden."
    De formulieren die je moet indienen zijn 'Inschrijving eenmanszaak en eigenaar' (zie http://www.kvk.nl/formulieren), een kopie van een geldig legitimatiebewijs, een verzoekschrift voor afscherming privé-adres én zaakadres en de eerder genoemde aanvullende documenten. Stuur deze formulieren naar:
    Kamer van Koophandel Nederland
    Bureau Handelsregister
    T.a.v. de heer J. Leerling
    Postbus 171
    2501 CD Den Haag
    Ben je reeds ingeschreven? Dan stuur je een kopie van je inschrijving en het zaakadres waarop je wel ingeschreven wilt staan. Blijft het feit dat je wel een zakenadres zult moeten regelen, je kunt niet zonder adres ingeschreven staan.
    Zie ook: privacy
  • Wil je hier getoond worden met je praktijk, ga dan naar 'Mijn profiel'. Hier kun je je praktijkgegevens en aanvullende informatie zoals je specialisme en doelgroep invullen en opslaan.
  • Saskia Timmer (dramatherapeut) heeft een bedrijf dat zich volledig richt op social media, E-health en dergelijke. Zij biedt ook trainingen en workshops aan op dit gebied, zie www.changinghealthcare.nl. Zij heeft op diverse studiedagen presentaties gegeven en een e-book uitgegeven 'Je praktijk online': www.jepraktijkonline.nl. Als je op internet zoekt op 'training social media gratis' komen er veel gratis alternatieven te voorschijn.
    Verder besteden Sanne Marsé en Ankie van de Ven aandacht aan social media in hun training 'Vakkundig ondernemen voor vaktherapeuten'. Houd de agenda op de website in de gaten voor volgende trainingsdagen.
    De commissie VVT is bezig om met net startende ondernemers studiemiddagen te organiseren waar thema’s aan bod komen met betrekking tot het opzetten van een eigen praktijk.
  • Ja. Op de website van de Rijksoverheid vind je alle informatie over de Zelfstandig en Zwanger-regeling (ZEZ): http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zelfstandigen-zonder-personeel-zzp/vraag-en-antwoord/heb-ik-als-zelfstandig-ondernemer-recht-op-een-zwangerschapsuitkering.html.
  • Vaktherapeuten hoeven alleen te voldoen aan de eis voor psychosociale basiskennis. Het uitgangspunt van de zorgverzekeraars is dat het aan de beroepsvereniging is om te bepalen wat er nodig is aan medische en/of psychosociale basiskennis. De door de FVB erkende NVAO-geaccrediteerde opleidingen vaktherapeutische beroepen en haar directe voorlopers voldoen aan de eis voor psychosociale basiskennis. Vaktherapeuten in het bezit van een diploma van een van deze opleidingen voldoen dus aan de eis voor psychosociale basiskennis. Helaas geldt deze afspraak niet voor de post hbo-opleiding psychomotorische kindertherapie omdat dit geen NVAO-geaccrediteerde opleiding is. De enige optie hier is dat Le Bon Depart zelf vrijstelling aanvraagt voor psychosociale basiskennis.

    We hebben dit als FVB ook gecommuniceerd naar de NFG en NVPA. Echter, dit zijn zelfstandige organisaties die zelf kunnen beslissen waaraan hun leden moeten voldoen. Vaktherapeuten die lid zijn van een van deze organisaties zullen dus in gesprek moeten met de NFG resp. NVPA als deze aangeven dat vaktherapeuten ook over medische basiskennis moeten beschikken.


  • In het vrije veld van de tweedelijns niet-klinische specialistische ggz-zorg is het mogelijk om als vaktherapeut samen te werken met een hoofdbehandelaar waarbij je als vaktherapeut declareert via de DBC's die de hoofdbehandelaar opent en afsluit. Er zijn daarin twee scenario’s:

    1. De hoofdbehandelaar heeft een contract afgesloten met zorgverzekeraars
    Als de hoofdbehandelaar contracten heeft afgesloten met zorgverzekeraars, dan moet hij zelf toestemming aan de zorgverzekeraar vragen om een deel van zijn behandeling te mogen laten uitvoeren door een vaktherapeutische collega. Hij zelf blijft hoofdbehandelaar en moet ook het grootste gedeelte van de behandeling voor zijn rekening nemen. Er is in de 2e lijns ggz geen diagnose waarbij alleen vaktherapie ingezet kan worden. Alle behandelingen moeten uitgevoerd worden door een hoofdbehandelaar. In de overeenkomst tussen de hoofdbehandelaar en de zorgverzekeraar (Zorginkoopbeleid of Inkoopdocument) staat welk percentage van de behandeling mag worden uitgevoerd door een gekwalificeerde medebehandelaar die ten minste volwaardig gekwalificeerd is als ggz-beroepsbeoefenaar behorend tot de beroepen zoals die vanuit de CONO-GGZ-beroepenlijst geselecteerd zijn. Beide behandelaars (hoofdbehandelaar en vaktherapeut) kunnen binnen dezelfde DBC declareren.

    Óf je als vaktherapeut ook binnen een DBC kan declareren hangt ook af van wat de individuele hoofdbehandelaar heeft afgesproken met de betreffende zorgverzekering. Hierin kan ook verschil zitten. De ene zorgverzekeraar geeft daarin meer ruimte dan de andere. Ben je er verder van bewust dat de uitbetaling vanuit een DBC, zowel voor de hoofdbehandelaar als voor jou, wel een hele tijd kan duren.

    2. De hoofdbehandelaar heeft geen contract afgesloten met zorgverzekeraars
    Als de hoofdbehandelaar geen contracten heeft met zorgverzekeraars is hij vrijer in zijn handelen, maar hij blijft altijd de hoofdbehandelaar die een deel van de behandeling uitbesteedt en daarvoor doorverwijst. De cliënt moet dan een restitutieverzekering hebben (vrije artsenkeuze). Het is eigenlijk afhankelijk van de inspanning die de hoofdbehandelaar hiervoor wil leveren: hij moet er voor voelen om samen te werken, een deel van de behandeling door te verwijzen en uit te besteden. Dat geeft hem ook extra rompslomp. Daar heeft niet iedereen zin in. Bovendien is het even een hele uitzoekerij en kan de ziektekostenverzekeraar 'nee' zeggen.

    Hoofdbehandelaren binnen de specialistische ggz kunnen zijn:
    - Psychiater
    - Klinisch psycholoog
    - Klinisch neuropsycholoog
    - Psychotherapeut
    - Specialist ouderengeneeskunde
    - Verslavingsarts in profielregister KNMG
    - Klinisch geriater
    - Verpleegkundig specialist GGZ
    - GZ-psycholoog
    - Orthopedagoog-generalist
    - Kinder- en Jeugdpsycholoog
  • In 2010 heeft UVIT (Univé, VGZ, IZA en Trias) besloten dat alleen de organisaties die zich verenigd hebben in de koepelverenigingen SRBAG, RBNG, NVAZ, NAP en KAB, opgenomen worden in de polisvoorwaarden van aanbieders van alternatieve zorg. In een gezamenlijke vergadering van de belangenbehartigers van de aangesloten beroepsverenigingen is besloten om niet mee te gaan in de vraag van UVIT. Niet omdat er geen wens is om vaktherapie voor vergoeding in aanmerking te laten komen, maar omdat wij als FVB (en haar beroepsverenigingen) vinden dat wij niet onder de alternatieve zorg thuishoren. Dit lijkt tegenstrijdig met het feit dat we de verzekeraars jaarlijks vragen om vergoeding voor vaktherapie op te nemen in de aanvullende verzekering. De FVB vraagt in principe nooit vergoeding aan onder de noemer alternatieve zorg, maar altijd onder aanvullende of overige psychologische hulpverlening. Desondanks delen de verzekeraars vaktherapie veelal in onder alternatieve zorg in geval van vergoeding.

    In de afweging om niet in te gaan op het verzoek van UVIT spelen twee redenen:
    1. Duidelijke positionering als alternatieve zorgverleners leidt tot opheffing van de Kamer Vaktherapie binnen het CONO (de organisatie die gaat over de beroepen en opleidingenstructuur in de GGZ), met als gevolg de verwijdering van vaktherapeuten uit het CONO-beroepenschema en daarmee het schrappen van vaktherapeuten uit de DBC en ZZP-beroepenlijst. Dit kan direct grote gevolgen hebben voor de positie van leden die in instellingen binnen de DBC ZZP-structuur werken.

    2. De FVB en de verenigingen streven nog steeds naar een beschermde beroepsbenaming voor de vaktherapeuten onder artikel 34 van de Wet BIG (vergelijkbaar met bijvoorbeeld ergotherapeuten). Dit betekent dat je je alleen vaktherapeut mag noemen als je een specifiek hiervoor erkende opleiding gevolgd hebt. Dit streven is inmiddels niet meer in eerste instantie gericht op vergoeding vanuit de basisverzekering voor zorg geleverd door zelfstandig vaktherapeuten (i.v.m. de bezuinigingen in de zorg), maar meer gericht op het kwaliteitsimago: zolang VWS communiceert dat alleen zorgverleners die in de Wet BIG genoemd worden goede zorg (volgens minister Schippers evidence based) verlenen, blijft het voor alle vaktherapeuten van essentieel belang om opgenomen te worden in de Wet BIG (denk daarnaast ook aan de BTW-vrijstelling). Voor opname in de Wet BIG is ook de positionering van vaktherapie als reguliere zorg en blijvende participatie in het CONO van groot belang.

    Uiteraard hebben wij aan UVIT voorgesteld om de verschillende vormen van vaktherapie wel te blijven vergoeden, echter onder de noemer ‘overige psychologische zorg’. Helaas is dit verzoek tot op heden niet gehonoreerd. De FVB heeft in opdracht van de aangesloten beroepsverenigingen de afgelopen twee jaar met UVIT en diverse (minder alternatieve) koepels overleg gehad c.q. onderhandeld, maar is tot op heden niet tot een voor alle partijen acceptabele oplossing gekomen.

    Ook is onderzocht of aansluiting bij de Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP) nog tot de mogelijkheden behoort. Dit is niet haalbaar gebleken door de hoge contributiekosten voor de beroepsvereniging en (opleiding)kosten voor de individuele leden. Zo moet er bijvoorbeeld nog een vierjarig opleidingstraject gevolgd worden om in aanmerking te komen voor registratie in het NAP-register.
    Zie ook: vergoedingen
  • CZ is een van de zorgverzekeraars die het verzoek van de FVB voor opname van vergoeding voor vaktherapie in de aanvullende pakketten heeft afgewezen:
    - onder de noemer alternatieve zorg: want vaktherapie is reguliere zorg.
    - onder de noemer aanvullende psychologische hulpverlening: want een vaktherapeut kan geen hoofdbehandelaar zijn.

    Vaktherapeuten zijn opgenomen in de DBC-beroepenlijst, dus wordt vaktherapie volgens CZ vergoed vanuit de basisverzekering, mits gegeven onder eindverantwoordelijkheid van een hoofdbehandelaar. Het feit dat de zelfstandige vaktherapeut geen hoofdbehandelaar kan zijn en dus geen DBC kan openen vinden zij niet het probleem van CZ, maar moet de FVB maar opnemen met VWS.
  • Nee, de FVB en de aangesloten verenigingen kunnen dit niet voor je doen. De Zorggids is een ‘database’ van de UVIT-inkoopcombinatie van de zorgverzekeraars Univé, GVZ, IZZ en Trias. De bij UVIT aangesloten zorgverzekeraars vergoeden alleen behandelingen als de beroepsorganisatie van de zorgverlener is aangesloten bij een van de alternatieve koepelregisters. Alleen beroepsorganisaties die aangesloten zijn bij een dergelijke koepel, kunnen hun leden aanmelden voor opname in de Zorggids. Dit is niet het geval voor FVB en aangesloten verenigingen.